Elektropraktijk 3 - 2026

21EJAARGANG JUNI 2026 # ONAFHANKELIJKE PRAKTIJKINFORMATIE VOOR DE ELEKTROTECHNISCHE BRANCHE Verdeelkast Superstrakke (test)verdeler met uitstraling Warmtepomp Markt warmtepompen groeit Marktinformatie Productie en prognose woningnieuwbouw naar woningtype Arbeid Arbeidsmarkt kan slimmer en beter door banenruil 3

Interface / signaal Art. no. Modulair 0 - 20 mA, 4 - 20 mA 927 244 Digitale signalen 927 224 MODBUS RTU, PROFIBUS-DP/ FMS, RS422/485, CANbus 927 271 Temperatuurmeting, 2-draads 927 222 Temperatuurmeting, 3-/4-draads 927 954* Ex (i) meetcircuits 927 284 DC voeding tot 45 V / 10 A 927 408* Ethernet tot 10 Gbit/s, industrial Ethernet, 4PPoE 929 161* Scan mij voor meer informatie

#3 juni 2026 4 o l u m n C i n Fijn voor Almere Als redactie krijgen we bij Elektropraktijk persberichten binnen uit alle hoeken en gaten. Zo ook persberichten van de gemeente Almere. Onlangs zat daar een bericht bij, waarbij de gemeente trots wist te melden dat er voor Almere geen aansluitstop op het electriciteitsnetwerk komt. Op zich niet zo vreemd en ik was geneigd om te denken ’Fijn voor Almere’. Maar iets verder lezend zie ik dat Almere dit te danken heeft voor de jarenlange inzet om oplossingen te zoeken voor netcongestie, zoals regelbare opwek, energy hubs en Balanswijken. Het is natuurlijk lovenswaardig dat een gemeente zo bewust bezig is met de energievoorziening en ik vind dat Almere daar ook voor beloond mag worden. Tocht blijft er bij mij iets hangen. Is het niet vreemd dat een gemeente of stad heel trots meldt dat her geen aansluittop komt, mede (zoals ook in het persbericht is te lezen) dankzij ‘een intensieve lobby’? Ik ben dan toch geneigd om te denken aan de kleinere gemeenten in de nabijheid van Almere die misschien iets minder mogelijkheden voor intensief lobbywerk hebben en het ontplooien van energiebesparende maatregelen. Het voelt toch als de beperkte beschikbare energieaansluitingen wegkapen voor de neus van een ander. Waar we volgens mij ver van weg moeten blijven is dat gemeenten of steden in een soort competitie terechtkomen en met veel lobbygeweld proberen om in een goed blaadje te komen bij TenneT. Ik ben het er mee wens dat inzet en goed gedrag beloond mogen worden, maar om daar nu trots over te doen in een persbericht; dat gaat me wel wat ver. Dan, even over de inhoud van deze editie van Elektropraktijk. Ik wil u graag wijzen op het artikel over de bij iwell in Utrecht geplaatste testverdeler. Een prachtig verhaal over hoe intensieve samenwerking kan leiden tot een mooi eindresultaat. Het is een mooi voorbeeld hoe belangrijk het is dat bedrijven elkaar opzoeken en optimaal gebruik maken van elkaars expertise, maar ook hoe partijen de samenwerking zoeken om met een innovatief antwoord te komen op netcongestie. Kortom: lees dit verhaal en doe er uw voordeel mee. Gerrit Tenkink Hoofdredacteur Verdeelkast Superstrakke (test)verdeler met uitstraling iwell, specialist in batterijsystemen en organisator van complexe EMSsystemen heeft bij haar nieuwe kantoorpand in Utrecht een innovatieve testverdeler geplaatst met medewerking van Hensel Nederland en panelenbouwer EWP Paneelbouw Utrecht. De uitgebreide testverdeler die ook off grid kan. En ‘superstrak’, zeggen de drie betrokken partijen, ‘want we laten onze klanten graag zien wat we in onze mars hebben’. Warmtepomp Markt warmtepompen groeit De Nederlandse warmtepompmarkt bevindt zich op een kantelpunt. Na jaren van groei en schommelingen laten de nieuwste cijfers zien dat de technologie stevig terrein wint, maar tegelijkertijd sterk afhankelijk blijft van beleid, energieprijzen en infrastructuur. Dat blijkt uit het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 van Dutch New Energy Research en Warmte365. Ook de geopolitieke ontwikkelingen spelen hierbij een rol. 18 14

#3 juni 2026 5 n h o u d I o u d h Marktinformatie Productie en prognose woningnieuwbouw naar woningtype De woningnieuwbouw is een van de groeimarkten voor e-installatie. Maar groei betekent niet zomaar dat alles wat er al is meer wordt. Wie wil profiteren van de groeipotentie, zal slimme keuzes moeten maken. Bij Yder zijn we gespecialiseerd in bedrijfsstrategie en marktinformatie. In dit artikel presenteren we de ontwikkelingen in de woningnieuwbouw en hoe dit van invloed is op de e-installatie. Arbeid Arbeidsmarkt kan slimmer en beter door banenruil Wat doe je als je een prachtbaan hebt, maar je bent verhoudingsgewijs te veel tijd kwijt met woonwerk-reistijd? En dat terwijl de thuissituatie vraagt om meer vrije tijd. Je gaat solliciteren, maar de werkgever is niet blij, want hij wordt geconfronteerd met een opengevallen plek in zijn organisatie en jij weet nooit helemaal zeker of de plek waar je terecht komt wel helemaal bij jou past. Het platform Swap the Job biedt een oplossing aan de hand van een één-op-één banenruil: niet van A naar B(eter) in de file, maar van A naar D(ichtbij) op de fiets. En verder in dit nummer Technieksector bereidt zich voor op ‘tijden van crisis’ 6 Nieuw CSRD uitvraagformulier 7 Veel thema’s bij vakbeurs Energie 7 Onderzoek naar CO₂- reducerende materiaalkeuzes 8 Start weerbaarheidscampagne 8 Bewust Veilig-dag 9 Loze leidingen: wat zijn de nieuwe regels? 10 Pensionering zet techniek én maatschappelijke opgaven onder druk 10 Duurzaamheidsrapportage als kans 11 Column NVDE 13 Column ROVC 23 Column Wij Techniek 31 USP: Nederlandse installateurs zijn koploper in BIM-gebruik, maar voor hoe lang nog? 32 Column Berry van Egten 37 Productnieuws 42 Colofon 46 Adverteerders index 46 Een compilatie van foto’s die in deze uitgave van ElektroPraktijk zijn gebruikt en die in één oogopslag een indruk geven van de diverse onderwerpen. k Yder · marktanalyse elektro · 2026 2 euwbouwproductie en -prognose naar woningtype in Nederland (aantal n) 2022 2023 2024 2025 2026* 2027* 2028* 10.529 9.975 7.745 7.355 7.800 8.000 8.000 5.713 5.252 3.779 4.268 4.600 4.400 4.250 19.837 20.119 17.278 18.693 18.700 18.800 19.250 ment tot 50 n 18.634 19.419 18.710 19.492 19.550 20.000 20.500 ment vanaf 50 n 18.705 18.200 21.762 19.009 20.725 21.800 22.500 73.418 72.965 69.274 68.817 71.375 73.000 74.500 rekening Yder, op basis van BAG (Kadaster), CBS, ABF Research/woningbouwplannenkaart, 2026. * = e chuiving in nieuwbouwproductie van invloed op (elektro)installatie ng in de nieuwbouwproductie is van grote invloed op de gehanteerde bruikte materialen. Een ander direct gevolg is de toename van de deel van de bouwkosten dat bestemd is voor installaties. In de nomen door een afname van het gemiddelde 21EJAARGANG JUNI 2026 # ONAFHANKELIJKE PRAKTIJKINFORMATIE VOOR DE ELEKTROTECHNISCHE BRANCHE Verdeelkast Superstrakke (test)verdeler met uitstraling Warmtepomp Markt warmtepompen groeit Marktinformatie Productie en prognose woningnieuwbouw naar woningtype Arbeid Arbeidsmarkt kan slimmer en beter door banenruil 3 Bij de voorpagina 24 27

6 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Technieksector bereidt zich voor op ‘tijden van crisis’ Het weerbaarheidsrapport geeft ondernemers praktische adviezen om in een noodsituatie de regie te nemen. Techniek Nederland presenteerde onlangs het rapport Sterk in tijden van crisis: Hoe de technieksector haar weerbaarheid vergroot. Nu de geopolitieke spanningen oplopen, neemt de kans toe op cyberaanvallen, sabotage en uitval van vitale infrastructuur. De brancheorganisatie vindt dat bedrijven in de technieksector voorbereid moeten zijn op zulke situaties. Techniek Nederland is de eerste brancheorganisatie in Nederland die een uitgebreid weerbaarheidsrapport heeft laten maken. Het onderzoek is uitgevoerd door TNO. Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland, denkt dat de techniekbranche in tijden van crisis een cruciale rol heeft: “Techniekbedrijven werken dagelijks voor vitale sectoren. Energievoorziening, telecom, waterbeheer, overheidsdiensten en gezondheidszorg zijn essentieel voor het functioneren van onze samenleving. Het is dus voor iedereen belangrijk dat deze sectoren onder alle omstandigheden overeind blijven. Dit rapport biedt techniekbedrijven houvast om hun weerbaarheid te vergroten.” Weerbaarheid is voorwaarde Crisissituaties waarin bijvoorbeeld de energievoorziening, telecom, ziekenhuizen en industrie worden geraakt, zijn niet langer ondenkbaar. Volgens Harbers is weerbaarheid dan een voorwaarde voor continuïteit: “Bedrijven in onze sector doen er goed aan vooruit te denken, duidelijke afspraken te maken en crisisscenario’s te oefenen. Daarmee vergroten we onze slagkracht en beperken we maatschappelijke schade wanneer het er écht op aankomt.” Drie scenario’s Het rapport richt zich op drie scenario’s die Nederland daadwerkelijk kunnen treffen. Allereerst een sabotageactie die leidt tot 72 uur zonder internet en telefonie. Een tweede scenario is een vergelijkbare situatie waarin de stroom 72 uur lang uitvalt. Als derde scenario beschrijft het rapport een internationaal conflict waarbij Nederland of een andere lidstaat een beroep doet op Artikel 5 van de NAVO. In alle scenario’s wordt duidelijk op welke manier techniekbedrijven afhankelijk zijn van betrouwbare energie, goed functionerende ICT, logistieke ketens en voldoende beschikbaar personeel. Praktische adviezen Het weerbaarheidsrapport geeft ondernemers praktische adviezen om in een noodsituatie de regie te nemen. Volgens het rapport is het in kaart brengen van de risico’s een goed startpunt. Vervolgens moeten bedrijven een noodplan opstellen, noodcommunicatie organiseren en afspraken maken met collega-bedrijven en overheden. Ook in tijden van crisis heeft Techniek Nederland een verbindende rol tussen leden, ketenpartners en overheid. Harbers: “Ook wij moeten voorbereid zijn. Daarom gaan we actief het gesprek aan met onze partners én onze leden.” Voorlichting intensiveren Het rapport is voor Techniek Nederland aanleiding om de voorlichting aan bedrijven in de sector te intensiveren. Dat gebeurt via webinars, presentaties op ledenbijeenkomsten, informatie op de website en praktische tools die bedrijven direct kunnen toepassen. Meer informatie en het dowloaden rapport: www.technieknederland.nl/ weerbaarheid

7 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Nieuw CSRD uitvraagformulier Veel thema’s bij vakbeurs Energie ZOETERMEER - Brancheorganisaties, bedrijven en opdrachtgevers introduceren samen een nieuw CSRD-uitvraagformulier: het format voor productdata voor bouw en techniek. Dit formulier maakt het mogelijk om informatie over de milieu-impact van producten eenvoudig, uniform en snel te delen. Bedrijven in de bouw- en technieksector krijgen steeds vaker vragen over de milieu-impact van producten – bijvoorbeeld voor CSRD-rapportages. Denk aan CO₂-uitstoot of hergebruik van materialen. Met hulp van digiGO is het ‘format productdata voor bouw en techniek’ ontwikkeld. Groeiende vraag naar productdata De stip op de horizon is duidelijk: in 2050 moet sprake zijn van een volledig circulaire economie, dus geen verspilling van grondstoffen en een volledig hergebruik ervan. Overheden stellen hiervoor duidelijke en ambitieuze doelen. De bouw- en technieksector speelt hierin een grote rol. Om dit te bereiken moeten bedrijven beter samenwerken en productgegevens – zoals CO₂-uitstoot en materiaalgebruik – duidelijk en op dezelfde manier meten en delen. Omdat het om complexe materie met veel specialistische begrippen gaat, is het belangrijk dat iedereen dezelfde taal spreekt. De nieuwe richtlijnen van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) maken dit nog belangrijker, omdat er steeds meer inzicht nodig is in de hele levenscyclus van producten. Bedrijven moeten kunnen aantonen wat hun bijdrage is. Maar eenduidig gegevens aanleveren blijkt lastig. Het format helpt daarbij en maakt het mogelijk om data uit te wisselen over onder andere CO₂ emissies, biobased en secundaire materialen en recyclebaarheid. Downloaden: www.digigo.nu De Brabanthallen in Den Bosch zijn op 6, 7 en 8 oktober het toneel voor de vakbeurs Energie 2026. Dit driedaagse evenement geldt als het grootste zakelijke platform in Nederland op het gebied van duurzame energie en energiebesparing. De beurs richt zich volledig op professionals die actief zijn binnen de energietransitie. Denk aan installateurs, beleidsmakers, adviseurs en bedrijven die werken aan innovatieve oplossingen voor energieopwekking en -beheer. Gedurende drie dagen komen vraag en aanbod samen, met als doel kennisdeling, netwerken en het sluiten van zakelijke deals. Bezoekers kunnen kennismaken met een breed scala aan thema’s, zoals elektriciteit en warmte, energiemanagement, gebouwgebonden oplossingen en slimme energieopslag. Daarnaast zijn er circa tweehonderd exposanten aanwezig die hun nieuwste technologieën en toepassingen presenteren. Een belangrijk onderdeel van de vakbeurs is het uitgebreide kennisprogramma. Hier vinden lezingen, workshops en demonstraties plaats waarin actuele ontwikkelingen en innovaties centraal staan. Onderwerpen zoals all-electric oplossingen, energiebesparing en regelgeving komen uitgebreid aan bod. Opvallend is dat de Vakbeurs Energie gelijktijdig wordt georganiseerd met andere gespecialiseerde beurzen, zoals Industrial Heat & Power, Prefab en Zero Emission | Ecomobiel. Hierdoor ontstaat een integraal overzicht van de energietransitie binnen verschillende sectoren, van industrie tot mobiliteit en bouw. De beurs is dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur en is gratis toegankelijk voor professionals die zich vooraf registreren. Meer informatie: www.vakbeursenergie.nl De beurs richt zich volledig op professionals die actief zijn binnen de energietransitie. (foto: 54events)

8 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Onderzoek naar CO₂-reducerende materiaalkeuzes Start weerbaarheidscampagne Directeur Dennes van de Graaf van Schouten Techniekgroep laat minister van Economische Zaken Heleen Herbert en Techniek Nederland voorzitter Mark Harbers zien welke protocollen het heeft ontwikkeld. Stichting Circulair West presenteert het onderzoek Duurzaam Materiaalgebruik. Deze uitgave biedt architecten, bouwers, projectontwikkelaars en gemeenten concrete inzichten in de CO₂-impact van materiaalkeuzes in de woningbouw. Op basis van een vergelijking van vier bouwmethodes en drie meetmethoden laat het onderzoek zien waar de grootste winst te behalen is én hoe bouwteams die winst kunnen realiseren. De bouwsector is wereldwijd verantwoordelijk voor bijna 38 procent van de totale CO₂-uitstoot. Ongeveer 11 procent hiervan is materiaalgebonden: uitstoot die vrijkomt bij de productie en verwerking van bouwmaterialen. Ondanks de grote impact krijgt dit deel van de uitstoot in beleid en praktijk nog te weinig aandacht. Dat terwijl het Parijs-akkoord voor Nederland een CO₂-budget van slechts 78 Mton voor materiaalgebonden uitstoot heeft vastgesteld tot 2050, wat neerkomt op gemiddeld 200 kg CO₂ per vierkante meter voor eengezinswoningen. De huidige bouwpraktijk zit daar nog ruim boven. Vier bouwmethodes vergeleken Het onderzoek richt zich op een veelvoorkomende rijwoning en vergelijkt vier bouwmethodes: traditioneel, industrieel (prefab), een CO₂-alternatief en biobased. Elk van deze methodes is doorgerekend op drie meetmethoden: de MPG (MilieuPrestatie Gebouwen), de MPG+ en de Paris Proof materiaalgebonden methode (PPm). De bevindingen laten zien dat industrieel bouwen een relatief lage materiaalgebonden uitstoot heeft dankzij de optimalisatie van prefab productiemethoden. Biobased bouwen toont de meest veelbelovende CO₂-opslag, maar vereist gerichte ontwerpkeuzes om die winst vast te houden over de levensduur. “Niet wachten op betere regels”, zegt Ilse Visser, programmamanager Circulair West: "De keuzes die we nu maken in materiaal en ontwerp, bepalen hoeveel CO₂ we de komende decennia uitstoten. Dit onderzoek helpt bouwteams om die keuzes beter te onderbouwen; per gebouwonderdeel, per meetmethode en per bouwmethode. Want we hebben maar één bouwgeneratie tot 2050." Bedrijven in Nederland zijn nog niet voldoende voorbereid op noodsituaties zoals cyberaanvallen, sabotage of een langdurige internet-, telefonie- of stroomstoring. Daarom gaf minister Heleen Herbert van Economische Zaken in mei het startschot voor de overheidscampagne Draait jouw bedrijf door als Nederland uitvalt? De technieksector loopt voorop als het gaat om het vergroten van de weerbaarheid van bedrijven. Eerder dit jaar presenteerde brancheorganisatie Techniek Nederland het rapport Sterk in tijden van crisis: Hoe de technieksector haar weerbaarheid vergroot. In dat rapport staan concrete handvatten waarmee bedrijven tijdens een crisis hun continuïteit kunnen waarborgen. Operationeel blijven Op uitnodiging van Techniek Nederland bracht Minister Herbert op maandag 11 mei een werkbezoek aan Schouten Techniekgroep in Nootdorp. Dit bedrijf heeft naar aanleiding van het rapport Sterk in tijden van crisis een aantal maatregelen genomen om voorbereid te zijn op uiteenlopende crisissituaties. Schouten heeft protocollen ontwikkeld en maakt afspraken met medewerkers, leveranciers en opdrachtgevers. Zo hoopt het bedrijf ook tijdens crises operationeel te blijven en klanten te kunnen blijven bedienen. Operationeel directeur

9 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Bewust Veilig-dag Unica-CEO Jilko Andringa benadrukte het belang van veiligheid in de dagelijkse praktijk. “Bijeenkomsten als deze helpen om het veiligheidsstandaarden in de hele branche naar een maximaal niveau te brengen.” Vertegenwoordigers uit de bouw en techniek stonden tijdens de Bewust Veilig-dag stil bij veiligheid bij St Jansdal in Harderwijk. Het ziekenhuis was samen met bouwbedrijf Goossen te Pas en technisch dienstverlener Unica gastheer voor de tiende editie van deze dag. Op de Bewust Veilig-dag besteden ruim 1.100 bedrijven in de bouw-, techniek-, infra- en onderhoudssector extra aandacht aan veilig en gezond werken. Dat gebeurt door het hele land met veiligheidsrondgangen en speciale bijeenkomsten voor medewerkers waarin veiligheidsbewustzijn centraal staat. Initiatiefnemers zijn Bouwend Nederland, Techniek Nederland, OnderhoudNL en Aannemersfederatie Nederland, die samenkwamen in Harderwijk. Risicovol werk Naast de voorzitters van de brancheorganisaties waren arbeidsinspecteurs, projectleiders en inspecteur-generaal Rits de Boer van de Nederlandse Arbeidsinspectie aanwezig om een inkijkje te krijgen in de aandacht voor en rol van veiligheid op de werkvloer. “Bouw, techniek en infra zijn inherent risicovol”, aldus De Boer. “Het is fysiek zwaar werk, met groot en krachtig materieel en apparatuur, elektrische spanning en blootstellingsrisico’s door fysieke belasting, emissies en gevaarlijke stoffen. Onze cijfers in de ongevallenmonitor illustreren de risico’s. Er moet dus veel aandacht voor veiligheid zijn en gelukkig zijn er veel werkgevers die dat doen. Het ziekenhuis, Goossen te Pas en Unica laten zien hoe hun langjarige samenwerking en de dialoog van mensen die elkaar kennen tot weloverwogen ontwerpen en keuzes leiden. Zo worden risico’s voor werknemers en de overlast voor patiënten en zorgpersoneel voorkomen dan wel beperkt.” Topprioriteit Unica is samen met bouwpartner Goossen te Pas verantwoordelijk voor de vernieuwing van St Jansdal en coördineerde de rondgang. CEO Jilko Andringa benadrukte nog eens het belang van veiligheid in de dagelijkse praktijk. “Voor ons is veiligheid een van onze hoogste doelen. Dat moet niet alleen vandaag, maar elke dag onze topprioriteit zijn. Bijeenkomsten als deze helpen om het veiligheidsstandaarden in de hele branche naar een maximaal niveau te brengen.” Dennes van de Graaf: “Wij werken onder meer voor een ggz-instelling. Tijdens een grote stroomstoring is het belangrijk dat die zorg kan blijven verlenen, maar ook dat de gesloten afdeling daadwerkelijk gesloten blijft.” Cruciale rol van de technieksector De technieksector is van cruciaal belang voor de samenleving, óók in tijden van crisis. Voorzitter Mark Harbers van Techniek Nederland overhandigde daarom in Nootdorp een exemplaar van het rapport Sterk in tijden van crisis aan minister Herbert. Harbers: “Techniekbedrijven zijn nauw betrokken bij vitale sectoren zoals energievoorziening, gezondheidszorg, overheidsdiensten, telecom en waterbeheer. Het is letterlijk van levensbelang dat deze sectoren bij een crisis blijven functioneren.” Praktische aanpak Het rapport van Techniek Nederland is geen theoretische analyse van de rol van de technieksector in crisissituaties, maar gaat in op praktische situaties waarmee individuele bedrijven in zo’n geval te maken krijgen. Op basis van een aantal scenario’s schetst het rapport welke problemen een bedrijf kan verwachten en met welke maatregelen het zich daarop kan voorbereiden. Minister Herbert is enthousiast over deze praktische aanpak: ‘Sterk in tijden van crisis laat heel concreet zien hoe je je als ondernemer kunt voorbereiden. In een crisissituatie gaan je gedachten in eerste instantie uit naar je naasten. Hoe komen zij hier doorheen? Zowel onze campagne als dit rapport besteedt daar aandacht aan. Als je in je persoonlijke omgeving de zaken op orde hebt, kun je voor je bedrijf en voor je klanten waardevol zijn.’ De minister hoopt dat de bedrijven en sectoren die met dit onderwerp aan de slag gaan navolging krijgen. Herbert: “Een goed voorbeeld zal andere bedrijven op een idee brengen. Spread the word! Dat ga ik in ieder geval ook doen.” Regie nodig van Rijksoverheid Techniek Nederland is positief over de campagne van de Rijksoverheid. Die draagt volgens de brancheorganisatie bij aan een grotere bewustwording in het héle bedrijfsleven. Harbers onderstreept de behoefte aan regie vanuit de Rijksoverheid. “De overheid moet duidelijk aangeven waar de prioriteiten liggen. Bijvoorbeeld door een antwoord te geven op de vraag welke vitale infrastructuur in geval van een crisis als eerste beschermd of hersteld moet worden.” Praktische handleiding Techniek Nederland gaat de komende periode bedrijven in de sector nog intensiever informeren over het belang van voorbereidingen op een noodsituatie. De brancheorganisatie werkt onder meer aan een praktische handleiding die zowel grote technisch dienstverleners als kleinere installateurs ondersteunt bij het versterken van hun weerbaarheid.

10 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Loze leidingen: wat zijn de nieuwe regels? Bij nieuwbouw van woningen komt een verplichting om loze leidingen aan te leggen tussen de meterkast en technische installaties. Deze verplichting volgt uit de Europese richtlijn EPBD IV en moet via nationale regelgeving worden ingevoerd. Er is voorgesteld om de eis voor nieuw vergunde nieuwbouw al op 29 mei 2026 te laten ingaan. Of dat ook daadwerkelijk gebeurd is, was bij het ter perse gaan van deze uitgave van Elektropraktijk nog niet duidelijk. beeld via een Home Energy Management System. De verplichting is onderdeel van regels voor het ondersteunen van energiegebruik en het kunnen reageren op externe signalen van energieleveranciers of netbeheerders. Denk aan situaties waarin bewoners hun energiegebruik aanpassen op basis van netbelasting of dynamische energietarieven. De regelgeving schrijft nog geen specifieke apparatuur voor. Omdat de markt voor slimme sturing nog in ontwikkeling is, blijft de eis beperkt tot het aanbrengen van de benodigde infrastructuur. Dat de nieuwe regels gaan gelden, staat vast. Nederland moet voldoen aan de EPBD IV. Maar brancheorganisatie voor woningcorporaties, Aedes, heeft voorgesteld om deze ingangsdatum uit te stellen en roept het ministerie van VRO op om de verplichting pas 6 tot 12 maanden later dan 29 mei 2026 te laten ingaan. In de tussentijd roept Aedes de corporaties op er wel rekening mee te houden dat de verplichting vanaf 29 mei geldt voor nieuw vergunde nieuwbouwplannen. Bij nieuwbouw van woningen moeten leidingdoorvoeren of loze leidingen worden aangebracht tussen de meterkast en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen, zoals warmte-opwekkers, ventilatie-units en PV-omvormers. Hiermee wordt het mogelijk om installaties in de toekomst centraal aan te sturen, bijvoorPensionering zet techniek én maatschappelijke opgaven onder druk Cruciale praktijkkennis door de pensioneringsgolf dreigt verloren te gaan. Dat zet niet alleen de technische sector, maar ook de uitvoeringspraktijk van grote maatschappelijke opgaven zoals woningbouw en de energietransitie onder druk. Het onderzoek toont echter ook een duidelijke oplossing: werkplekleren en mentorschap. Het komt allemaal naar voren in het trendrapport, TechnoBarometer van opleidingsinstituut ROVC. Even de cijfers op een rij: 41 procent ziet dat deze kennis zich bevindt bij collega’s die binnen vijf jaar met pensioen gaan. 37 Procent van de organisaties denkt onvoldoende voorbereid te zijn op dit kennisverlies. En 47 procent van de respondenten noemt vergrijzing als meest impactvolle ontwikkeling voor de komende jaren. Werkplekleren Werkplekleren wordt breed gezien als effectief instrument om de aanwezige kennis te borgen. 77 Procent zegt dat leren op de werkvloer medewerkers sneller inzetbaar maakt en 55 procent geeft aan sneller productief te zijn door begeleiding van een ervaren collega. Daarnaast verwacht 43 procent dat mentorschap bijdraagt aan lagere uitstroom. Toch zet slechts iets minder dan de helft (48 procent) van de organisaties senior medewerkers structureel in als coach of mentor. Generatieverschillen In de techniek werken momenteel vier generaties samen. Jongere technici zien leren vaker als opstap naar groei: 21 procent volgt opleidingen met het oog op doorstroom, tegenover slechts 6 proent van de 55-plussers. Tegelijkertijd geeft 22 procent van de respondenten aan dat leren niet wordt gekoppeld aan doorgroeimogelijkheden, terwijl juist die koppeling leren aantrekkelijker maakt, vindt 35 procent van de jongeren. Opvallend is dat kleinere technische organisaties (tot 250 medewerkers) kennisoverdracht vaker actief organiseren (52 procent) dan grotere organisaties (37 procent). Gebrek aan tijd De bereidheid om kennis te delen is groot: iets meer dan twee derde is het oneens met de stelling dat oudere collega’s hun kennis voor zich houden: onder 55-plussers is dit zelfs 75 procent. Toch ervaart meer dan een derde onvoldoende tijd voor het begeleiden van collega’s 45 procent vindt dat dit ten koste gaat van het eigen werk en 37 procent geeft aan dat nieuwe medewerkers te snel zelfstandig worden ingezet. “Kennisverlies in de techniek vormt een serieuze bedreiging voor de uitvoering van onze maatschappelijke opgaven en werkplekleren is een oplossing die aantoonbaar werkt. Maar dat vraagt wel om directe actie,” zegt Waldo Linders, Directeur Opleidingen & Trainingen bij ROVC. “Leren op de werkplek, onder begeleiding van ervaren collega’s, moet een centrale rol krijgen. Daarbij is aandacht nodig voor generatiegerichter opleiden en sectorverschillen. In de installatietechniek zit cruciale praktijkkennis vaak bij ervaren medewerkers, terwijl juist daar tijd voor begeleiding ontbreekt. In industriële omgevingen brengen jonge technici nieuwe technologieën in en beschikken ervaren collega’s over het vakmanschap.”

11 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Duurzaamheidsrapportage als kans Europese bedrijven kiezen er massaal voor om hun duurzaamheidsrapportage voort te zetten, ondanks het wegvallen van de verplichte rapportage onder het EU-Omnibus-vereenvoudigingspakket. Dat blijkt uit de osapiens-studie Beyond Compliance: Sustainability Reporting After the Omnibus. Maar liefst 90 procent van de bedrijven die buiten de CSRD-scope (Corporate Sustainability Reporting Directive) vallen, geeft aan de rapportageactiviteiten te behouden of zelfs uit te breiden. De resultaten tonen aan dat duurzaamheidsrapportage voor veel organisaties is geëvolueerd van een wettelijke verplichting naar een essentiële bedrijfsfunctie. Concurrentievoordeel Na het EU-Omnibus-vereenvoudigingspakket vallen verschillende bedrijven niet langer onder de onmiddellijke formele rapportageplicht van onder meer de CSRD. Het EU-Omnibus vereenvoudigingspakket (EU Omnibus Simplification Package) is een pakket wetgevingsvoorstellen van de Europese Commissie (2025) dat bedoeld is om bestaande EU-regels eenvoudiger te maken en de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen, vooral op het gebied van duurzaamheid en investeringen. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat duurzaamheidsrapportage steeds minder wordt gezien als louter een wettelijke verplichting. In plaats daarvan raakt ze ingebed in de manier waarop organisaties risico’s beheersen, kapitaal toewijzen en communiceren met investeerders, klanten en partners. Resultaten onderzoek 90 Procent van de bedrijven die uit de CSRD-scope vallen, wil duurzaamheidsrapportage behouden of uitbreiden. 86 Procent van deze ‘descoped’ bedrijven verwacht rapportages te kunnen blijven opstellen in lijn met de CSRD-vereisten. Daarbij verwacht 88,9 procent van alle bedrijven de komende twaalf maanden meer te investeren in tools en automatisering voor duurzaamheidsrapportage. Uit het onderzoek kom ook naar voren dat 90 procent van alle bedrijven duurzaamheidsrapportage al (gedeeltelijk of volledig) geïntegreerd heeft met financiële rapportageprocessen. Duurzaamheidsdata wordt actief gebruikt bij beslissingen met grote impact, onder meer voor operationele en resourceplanning (52,8 procent), innovatie en procesontwerp (47,7 procent), financiële planning en investeringsbeslissingen (38,1 procent) en supply chain-risicoanalyse (38,1 procent) Respondenten noemen beter inzicht in klimaat-, supply chain- en operationele risico’s (49,2 procent) als het grootste voordeel van duurzaamheidsrapportage. Andere vaak genoemde voordelen zijn meer vertrouwen bij investeerders dankzij auditbare informatie (43,8 procent), het voldoen aan rapportage- en auditvereisten van klanten en partners (43,8 procent), en betere afstemming tussen finance en sustainability in besluitvorming (43,3 procent). De duurzaamheidsparadox Hoewel de bereidheid om te blijven rapporteren hoog is, wijst het onderzoek op een structurele spanning. Terwijl 90 procent van de uit de scope gevallen organisaties aangeeft door te willen gaan met rapporteren, verwacht 84,5 procent dat verminderde regelgevende druk op termijn zal leiden tot minder interne middelen voor duurzaamheidsrapportage. Als belangrijkste interne drempels worden genoemd: budgetbeperkingen (43 procent), versnipperde datasystemen (40,7 procent), zwakke technolwogische integratie (31 procent) en onduidelijke interne verantwoordelijkheden (29,1 procent). Het osapiensonderzoek toont aan dat 90 procent van de bedrijven hun duurzaamheidsrapportage voortzetten. (afbeelding: Gerd Altmann)

12 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Hybride warmtepomp vaker mogelijk Auto als onderdeel van het energiesysteem Volgens Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland, hoeft de verduurzaming van bestaande woningen niet stil te vallen door de problemen op het elektriciteitsnet. Zo is het vaak toch mogelijk een hybride warmtepomp aan te sluiten wanneer er voorlopig geen zwaardere stroomaansluiting mogelijk is. “De oplossing zit vaak niet in meer capaciteit, maar in slimmer gebruik van energie”, meent hij. Techniek Nederland rekent voor dat een hybride warmtepomp in veel gevallen een aansluitvermogen van slechts 1-2 kW heeft; dat is net zo veel als een waterkoker. Aansluiten op de bestaande 1-fase-aansluiting is dus geen enkel probleem aangezien deze op hetzelfde moment ongeveer 8 kW aan elektrisch vermogen leveren. Bij een zwaardere aansluiting (3-fase) is dat ruim 17 kW. Die maximale capaciteit is eigenlijk alleen nodig wanneer in een woning vrijwel alles tegelijk gebeurt: koken, wassen, verwarmen én de auto opladen. In de praktijk komt dat zelden voor. Techniek Nederland pleit dan ook voor verduurzamen met een 1-fase aansluiting met behulp van ‘load balancing’. Hierbij regelt een energiemanagementsysteem welke apparaten op welk moment voorrang krijgen. Eenzelfde ‘slimme’ benadering is mogelijk bij het opwekken van duurzame energie. Harbers: “Een deskundig installateur kan ervoor zorgen dat je de energie die je zelf opwekt optimaal benut.“ www.technieknederland.nl Door het uitbreiden van hun samenwerking, introduceren autofabrikant BMW en Solarwatt een nieuw Vehicle-to-Home (V2H)-aanbod. Elektrische voertuigen – in dit geval de iX3 en i3 modellen van BMW’s Neue Klasse – kunnen hierin als accu fungeren die zowel energie op kan slaan als leveren. De rol van Solarwatt ligt in het Home Energy Management System (HEMS), dat in de toekomst zal fungeren als intelligente schakel tussen beide ecosystemen. Het systeem verzorgt de centrale aansturing en optimalisatie van energiestromen in huis via slim op elkaar afgestemde en communicerende componenten. Hierdoor worden energieopwekking, opslag en verbruik optimaal op elkaar afgestemd. De marktintroductie van de integratie van bidirectionele BMW-voertuigen in het Solarwatt-HEMS voor Vehicle-toHome (V2H)-toepassingen staat gepland voor eind 2026 in Duitsland, Oostenrijk en Nederland. www.solarwatt.nl

13 #3 juni 2026 o C l u m n l n a a m Olof van der Gaag Voorzitter Nederlandse Vereniging Duurzame Energie Ondernemers willen van het gas af: geef ruimte aan zon en wind De oorlog in het Midden-Oosten en de opnieuw stijgende energieprijzen maken pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk Nederland nog is van fossiele energie. Uit een rondgang van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) langs 14 bedrijven en bedrijventerreinen blijkt dat ondernemers daarom massaal van het gas af willen. “Bedrijven voelen elke dag wat afhankelijkheid betekent,” zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE. “Ze willen vooruit, minder kwetsbaar zijn en hun eigen energie opwekken. Die beweging is al in volle gang.” Bedrijven willen in hoog tempo van het gas af en investeren steeds vaker in oplossingen als zonnepanelen, laadinfra, warmtepompen en energieopslag. Maar die omslag gebeurt niet vanzelf, daar zijn installateurs hard voor nodig. Juist nu netcongestie en hoge energieprijzen ondernemers dwingen om slimmer met energie om te gaan, groeit de vraag naar vakmensen die systemen kunnen ontwerpen, installeren en optimaliseren. Van slimme sturing tot lokale energiehubs: er ligt volop werk voor installateurs die bedrijven helpen grip te krijgen op hun energievoorziening en kosten. Uit de rondgang blijkt dat ondernemers in hoog tempo investeren in verduurzaming. Gedreven door hoge prijzen, geopolitieke onzekerheid en eigen ambities zoeken zij naar manieren om hun energievoorziening zelf te regelen. Ze zien grote kansen in een combinatie van zon, wind, opslag en samenwerking met andere bedrijven. Tegelijk lopen ze tegen een harde realiteit aan: tijdens de stroomspits zit het elektriciteitsnet te vol. Netcongestie zorgt voor lange wachttijden voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. Voor veel bedrijven voelt dat als stilstand. Maar stilzitten doen ze niet. Ondernemers zoeken elkaar op, delen kennis en stemmen hun energiegebruik op elkaar af. Door samen te werken in energiecoöperaties en slimme lokale systemen, kunnen ze tóch stappen zetten richting elektrificatie en minder gasgebruik. Albert Heijn is bijvoorbeeld bezig om haar duizenden vrachtauto’s en bestelbusjes te vervangen door elektrische. Zonnepanelen, opslag en liefst ook windenergie helpen om de auto’s te kunnen opladen. Sebastien Richard, Albert Heijn: “Netcongestie maakt dit uiteraard lastiger, maar gaat dit proces niet stoppen. Onze ambitie om uitstoot te verminderen is leidend. Daar komt bij dat elektrisch rijden inmiddels betaalbaarder is dan fossiel. De huidige hoge dieselprijzen onderstrepen dat nog maar eens”. Wim Schilders van Energiehandelsplatform Pannenweg, waar bedrijven elkaar energie leveren: “Sinds de energieprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten sterk oplopen, lachen we ons drie slagen in de rondte.” De sleutel ligt volgens de NVDE in lokale opwek. Door zon en vooral wind te combineren met opslag en onderlinge levering, kunnen bedrijven hun energie betaalbaar en betrouwbaar organiseren. Dat verlaagt kosten en maakt hen minder afhankelijk van grillige fossiele markten. Van der Gaag: “Zelfs met een vol stroomnet laten ondernemers zien dat het kan. Door samen te werken, komen ze wél vooruit. Maar dan moeten ze ook letterlijk de ruimte krijgen om energie op te wekken.” Veel gemeenten en provincies hebben een te restrictief beleid op de ontwikkeling van zon en windprojecten. Er zijn te weinig kansrijke zoekgebieden en zelf waar locaties gevonden worden ketsen projecten dikwijls af op bezwaren van de raad en omwonenden. De NVDE bepleit dat initiatiefnemers die om locaties vragen voor opwek en opslag van duurzame energie veel welwillender tegemoetgekomen worden als die projecten helpen aan een oplossing bij vraagcongestie en de ontwikkeling en verduurzaming van bedrijven. Daarnaast moeten procedures veel sneller doorlopen kunnen worden. De urgentie is duidelijk: wie nu investeert in eigen duurzame energie, maakt zich weerbaar in een onzekere wereld.

#3 juni 2026 14 e V r d e e l k a s t Superstrakke (test)verdeler met uitstraling Tekst: Gerrit Tenkink Foto’s: EWP MIDDEN NEDERLAND ij het kantoor wilde iwell vanaf de hoofdverdeelkast Kracht en Licht (HKL) een 250a afgezekerde groep realiseren om zo, indien noodzakelijk, vanaf de batterij en pv meer te kunnen leveren dan de beperkte netaansluiting. Het bedrijf groeide de afgelopen jaren in hoog tempo naar meer dan honderd medewerkers. Een verhuizing was wenselijk, een mooie gelegenheid om een nieuwe verdeler te bouwen. iwell riep de hulp in van Hensel Nederland en EWP Paneelbouw Utrecht. Frank Noy, als lead engineer werkzaam bij iwell zegt daarover: “Deze testverdeler heeft een dubbele functie. We hebben hier in de regio te maken met netcongestie. Direct al bij de opstart van ons bedrijf op de nieuwe locatie overschreden we de contractwaarden, dus ontstond het idee van een combinatie van batterij-opslag, laadpalen en een pv-palen stellage. We wilden de veertien dubbele laadpalen realiseren (22 kWh per paal en deze in de verdeler 40a 30 ma afzekeren), die we ook nog eens off grid willen kunnen aansluiten om op die manier load te creëren om de batterijen te kunnen testen. We wilden dus een batterijsysteem, gecombineerd met onze laadpalen en 186 pv-panelen. Op deze locatie kunnen nu niet alleen de off-grid functionaliteiten van de batterijsystemen worden getoond en getest, maar biedt het microgrid ook de mogelijkheid om tests volledig los van andere installaties in een gecontroleerde omgeving uit te voeren. Inmiddels wordt de testverdeler veelvuldig ingezet voor het testen van nieuwe hardware, software, ideeën en oplossingen. Daarnaast biedt deze locatie de mogelijkheid om unieke klantsituaties na te bootsen en de bijbehorende iwell, specialist in batterijsystemen en organisator van complexe EMS-systemen heeft bij haar nieuwe kantoorpand in Utrecht een innovatieve testverdeler geplaatst met medewerking van Hensel Nederland en panelenbouwer EWP Paneelbouw Utrecht. De uitgebreide testverdeler die ook off grid kan. En ‘superstrak’, zeggen de drie betrokken partijen, ‘want we laten onze klanten graag zien wat we in onze mars hebben’. B (Vlnr) Frank Noy, lead engineer bij iwell, Ronald Palte, verantwoordelijk voor Technical en calculatie bij Hensel Nederland en Patrick Herman, mede-eigenaar van de EWP Groep.

#3 juni 2026 r t i k e l n a a m 15 hardware- en EMS-configuraties vooraf te testen, voordat de energieoplossing daadwerkelijk bij de klant wordt gerealiseerd.” Puzzelen Ronald Palte, verantwoordelijk voor Technical en calculatie bij Hensel Nederland ligt toe waarom dit kan worden aangemerkt als meer dan een gewone testverdeler. Hensel Nederland is (onder andere) producent van hoogwaardige verdeelinrichtingen en ondersteunt daarmee de installateur en paneelbouwer. Voor dit project leverde het bedrijf met de Nederlandse vestiging in Apeldoorn de materialen, maar dacht het ook mee bij de engineering. “De 400A omschakelaar om het systeem naar off-grid te schakelen moet 4-polig zijn. De nul moet ook geschakeld worden. In OFF-stand moet NUL vanaf het sterpunt van de scheidingstrafo verbonden worden. In ON-stand worden NUL en PEN-leiding vanaf het sterpunt losgekoppeld en de verdeler gevoed vanuit het net. Als we naar OFFgrid schakelen, ontstaat er een microgrid worden NUL en AARDE ook in deze micro-grid worden verbonden. We hebben geen nieuwe producten ontwikkeld, maar het betekende wel een behoorlijke puzzel om de juiste combinatie te maken en bij panelenbouwer EWP Paneelbouw Utrecht aan te leveren.” Deel 8 NEN 1010 Belangrijk punt van aandacht was het voldoen aan deel 8 van NEN 1010. Volgens NEN 1010 hoofdstuk 4 mag in een installatie maar op één punt de NUL en AARDE worden verbonden ook in deze micro-grid, maar op het moment dat er off grid wordt gegaan, ontstaat er een micro-grid en dan moeten de NUL en AARDE ook worden verbonden. Bij deze testverdeler hebben de drie partners hiervoor een oplossing gevonden, waarmee deze verdeler dus voldoet aan de eisen die in deel 8 worden gesteld. Korte lijnen Voor panelenbouwer, EWP Paneelbouw Utrecht, een unieke klus. Patrick Herman, mede-eigenaar van de EWP Groep vertelt waarom. “In dit project was Hensel Nederland voor ons een nieuwe partner. Dat betekent dat je ook moet wennen aan de installatiematerialen waar Detail van de testverdeler. Detail van de opbouw van de verdeler.

© FOTO: CONSTANTIN MEYER JUNG.GROUP/MAGNETIC-CHARGER MADE TO TOUCH. DESIGNED TO CONTROL. MAGNETIC CHARGER LS 990 IN ALPINE WIT

#3 juni 2026 r t i k e l n a a m 17 we mee moesten werken. Dat was even uitdagend, maar met korte lijntjes en een fijne samenwerking is het voorspoedig verlopen. En naast de technische invulling wilden we ook nog eens dat het er superstrak uit kwam te zien, omdat het hier gaat om een testmodel. Klanten van iwell, maar ook onze klanten willen dan graag met eigen ogen zien hoe zo’n verdeler er in het echt uitziet en dan wil je natuurlijk iets moois presenteren met kabels en onderdelen die netjes zijn weggewerkt. Het team heeft onwijs veel tijd en energie in deze mooie verdeler gestoken en het resultaat mag er dan ook zijn.” Kortom Herman vond het voor dit project minder belangrijk hoeveel uur er gewerkt is aan de bouw van de verdeler, maar wel dat iwell een mooie verdeler heeft gekregen van 2.10 meter hoog bij 4.00 meter breed. Al met al waren de betrokken partijen ruim een half jaar bezig met de realisatie van de verdeler. Van eerste verkennende gesprekken tot de oplevering. x Paneelbouwer EWP Paneelbouw Utrecht besteedde veel tijd aan de strakke uitvoering van de testverdeler. De verdeler heeft een afmeting van 2.10 meter hoog bij 4.00 meter breed. De testverdeler, zoals deze uiteindelijk is opgeleverd, inclusief een transparant front.

18 #3 juni 2026 a W r m t e p o m p n i e k Markt warmtepompen groeit TEKST: GERRIT TENKINK/ DUTCH NEW ENERGY n 2025 werden in Nederland circa 136.000 warmtepompen verkocht, een stijging ten opzichte van 125.000 in 2024. Daarmee lijkt de markt zich te herstellen na eerdere dipjes. Toch is de toekomst allesbehalve zeker. Voor 2026 lopen de prognoses sterk uiteen: van 106.000 tot 216.000 verkochte systemen, met een middenscenario van ongeveer 157.000. De all-electric systemen groeide naar 86.000 systemen. De hybride systemen lieten een lichte daling zien naar 43.000 systemen in 2025. Deze daling is opvallend, omdat de beleidsfocus juist op de hybride warmtepomp ligt en de overheid nog steeds vasthoudt aan de plaatsing van 1 miljoen hybride warmtepompen in de bestaande bouw tegen 2030. Deze brede bandbreedte illustreert hoe gevoelig de markt is geworden voor externe factoren. Energieprijzen, geopolitieke ontwikkelingen en overheidsbeleid spelen een steeds grotere rol. Ook netcongestie – de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet – vormt een belangrijke rem op verdere groei. “Groei van de warmtepompmarkt is nog geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van een complex samenspel van technologie, beleid en marktomstandigheden”, licht hoofdonderzoeker van DNE Hrvoje Medarac toe. Kleinere systemen Opvallend is dat het totale geïnstalleerde vermogen van warmtepompen minder hard groeit dan het aantal installaties. In 2025 werd ongeveer 1.017 megawatt (MW) aan vermogen toegevoegd, iets minder dan de 1.054 MW in 2024. Dit wijst erop dat gemiddeld kleinere I De Nederlandse warmtepompmarkt bevindt zich op een kantelpunt. Na jaren van groei en schommelingen laten de nieuwste cijfers zien dat de technologie stevig terrein wint, maar tegelijkertijd sterk afhankelijk blijft van beleid, energieprijzen en infrastructuur. Dat blijkt uit het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 van Dutch New Energy Research en Warmte365. Ook de geopolitieke ontwikkelingen spelen hierbij een rol. “Groei van de warmtepompmarkt is nog geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van een complex samenspel van technologie, beleid en marktomstandigheden”, licht hoofdonderzoeker van DNE Hrvoje Medarac toe. (foto: UITGEVERIJ GELDERLAND) De installateur is steeds meer een adviseur die een totaaloplossing ontwerpt en aanbiedt. (foto: bcc manpower)

19 #3 juni 2026 r t i k e l n a a m De installateur: van monteur naar systeemdenker, ontwerper en adviseur De rol van de installateur bij het plaatsen van warmtepompen is de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar het vroeger vooral ging om het plaatsen van een cv-ketel, vraagt de installatie van een warmtepomp om een veel bredere en technisch complexere aanpak. Volgens het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 van Dutch New Energy Research heeft de installateur tegenwoordig een sleutelrol in de energietransitie en daarmee ook bij het adviseren rondom de plaatsing van de warmtepomp. Een warmtepomp werkt alleen optimaal als het hele systeem in balans is. Dat betekent dat de installateur niet alleen het apparaat plaatst, maar het volledige verwarmingssysteem beoordeelt: isolatie, afgiftesysteem (zoals vloerverwarming of radiatoren), ventilatie en soms zelfs de energieopwekking via zonnepanelen. De installateur wordt daarmee steeds meer een adviseur die een totaaloplossing ontwerpt in plaats van alleen een product installeert. Warmtepompen zijn gevoeliger voor ontwerp- en installatiefouten dan traditionele verwarmingssystemen. Zaken als waterkwaliteit, juiste dimensionering en afstemming van componenten zijn cruciaal. Vervuiling in het systeem, zoals roest of slib, kan de prestaties flink verminderen. Daarom moet de installateur beschikken over diepgaande technische kennis en zorgvuldig werken om storingen en rendementsverlies te voorkomen. Nieuwe regelgeving en certificering De rol van de installateur wordt ook beïnvloed door strengere regelgeving. Sinds september 2025 is certificering verplicht voor iedereen die werkt met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290). Installateurs moeten aantoonbaar beschikken over de juiste kennis en vaardigheden via specifieke certificaten (zoals A1/A2 of B/C). Dit verhoogt de veiligheid, maar stelt ook hogere eisen aan opleiding en bijscholing. Installateurs staan letterlijk op het snijvlak van beleid en uitvoering. Subsidies zoals de ISDE-regeling en veranderende wetgeving bepalen mede welke systemen worden gekozen. Tegelijkertijd moeten installateurs deze regels vertalen naar praktische oplossingen voor woningen en gebouwen. Hun advies heeft daardoor directe invloed op de keuzes van consumenten en bedrijven. Netcongestie en integratie Een nieuwe uitdaging is de integratie van warmtepompen in een overbelast elektriciteitsnet. Installateurs moeten steeds vaker rekening houden met netcapaciteit en slimme oplossingen toepassen, zoals hybride systemen, de combinatie met thuisbatterijen en de slimme aansturing van energieverbruik. Hiermee worden ze een belangrijke speler in het bredere energiesysteem, niet alleen in de installatie zelf. Veranderend werkveld De groei van de warmtepompmarkt zorgt voor een toenemende vraag naar gekwalificeerde installateurs. Tegelijkertijd is sprake van personeelstekorten en moeten monteurs worden omgeschoold. Het werk verandert inhoudelijk: minder routinematig, meer specialistisch en kennisintensief. Dit vraagt om continue training en samenwerking binnen de sector. systemen worden geplaatst. Toch blijft de langetermijntrend positief. Het totale geïnstalleerde vermogen groeide van 6,9 gigawatt (GW) in 2024 naar 7,8 GW in 2025 en kan oplopen tot circa 8,9 GW in 2026. Daarmee zet de elektrificatie van de gebouwde omgeving gestaag door. Airco’s spelen onverwachte rol Een opvallende ontwikkeling is de rol van airconditioners in de energietransitie. In Nederland zijn inmiddels circa 2,2 miljoen airco’s geïnstalleerd, waarvan een groot deel ook wordt gebruikt om te verwarmen. Onderzoek laat zien dat tot 85 procent van de huishoudens met een airco deze inzet voor verwarming. In sommige gevallen fungeert het apparaat zelfs als hoofdverwarming. Daarmee groeit het aantal woningen met een vorm van elektrische verwarming naar circa 2,6 miljoen. Dit is ongeveer 31 procent van het totaal. Dit verandert het perspectief op de energietransitie aanzienlijk. Waar warmtepompen vaak centraal staan in beleid, blijkt dat andere technologieën al een grote bijdrage leveren. Subsidies De groei van warmtepompen wordt sterk

21 #3 juni 2026 r t i k e l n a a m ondersteund door subsidies. In 2025 werden 123.000 aanvragen goedgekeurd binnen de ISDE-regeling, een stijging van 17 procent ten opzichte van 2024. Opvallend is dat het merendeel van deze subsidies naar particuliere huishoudens gaat (73 procent), terwijl de zakelijke markt sneller groeit. Voor 2026 is opnieuw 500 miljoen euro beschikbaar voor verduurzamingsmaatregelen, waaronder warmtepompen. Deze financiële ondersteuning blijkt essentieel voor de adoptie van de technologie. Zonder subsidies zou de groei aanzienlijk lager liggen. Regionale verschillen De verspreiding van warmtepompen in Nederland is ongelijk. In absolute aantallen domineren dichtbevolkte provincies zoals Noord-Brabant, Zuid-Holland en Noord-Holland. Maar relatief gezien, per huishouden, lopen juist minder dichtbevolkte regio’s voorop. Gemeenten als Tubbergen en Drechterland hebben een veel hogere adoptiegraad dan grote steden als Amsterdam of Rotterdam. Dit wijst erop dat lokale factoren, zoals woningtype en beschikbare ruimte, een grote rol spelen. Nederland blijft achter Ook in Europees perspectief groeit de warmtepompmarkt. In 2025 steeg de verkoop in veel landen, met sterke groei in Duitsland en Denemarken. In totaal werden in zestien Europese landen 2,63 miljoen systemen verkocht, een stijging van 11 procent. Toch blijft Nederland achter bij koplopers. Waar Noorwegen 66 warmtepompen per 100 huishoudens heeft, komt Nederland niet verder dan ongeveer 10. Dit laat zien dat er nog aanzienlijke groeipotentie is. Wereldwijd blijft de warmtepompmarkt stabiel, met China en de Verenigde Staten als grootste spelers. China alleen al is goed voor meer dan een derde van alle installaties wereldwijd. Voor de komende jaren wordt echter sterke groei verwacht, mede door klimaatbeleid en stijgende energieprijzen. Europa zal hierin een belangrijke rol spelen, al blijft de afhankelijkheid van import, vooral uit China, groot. Integratie als uitdaging De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de warmtepomp niet langer een op zichzelf staand product is, maar onderdeel van een breder energiesysteem. De uitdaging ligt niet alleen in verdere groei, maar vooral in integratie. Hoe worden warmtepompen gecombineerd met zonnepanelen, batterijen en slimme netwerken? En hoe wordt het elektriciteitsnet geschikt gemaakt voor deze toenemende vraag? De antwoorden op deze vragen bepalen in grote mate hoe snel de energietransitie in Nederland zal verlopen. Een belangrijke rol bij het beantwoorden van die vragen ligt bij de installateur die zich steeds meer zal moeten gaan opstellen als systeeemdenker, ontwerper en adviseur. (zie kadertekst) x De warmtepomp is niet langer een op zichzelf staand product, maar onderdeel van een breder energiesysteem. (foto: UITGEVERIJ GELDERLAND)

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=