10 #3 juni 2026 a M r k t n i e u w s Loze leidingen: wat zijn de nieuwe regels? Bij nieuwbouw van woningen komt een verplichting om loze leidingen aan te leggen tussen de meterkast en technische installaties. Deze verplichting volgt uit de Europese richtlijn EPBD IV en moet via nationale regelgeving worden ingevoerd. Er is voorgesteld om de eis voor nieuw vergunde nieuwbouw al op 29 mei 2026 te laten ingaan. Of dat ook daadwerkelijk gebeurd is, was bij het ter perse gaan van deze uitgave van Elektropraktijk nog niet duidelijk. beeld via een Home Energy Management System. De verplichting is onderdeel van regels voor het ondersteunen van energiegebruik en het kunnen reageren op externe signalen van energieleveranciers of netbeheerders. Denk aan situaties waarin bewoners hun energiegebruik aanpassen op basis van netbelasting of dynamische energietarieven. De regelgeving schrijft nog geen specifieke apparatuur voor. Omdat de markt voor slimme sturing nog in ontwikkeling is, blijft de eis beperkt tot het aanbrengen van de benodigde infrastructuur. Dat de nieuwe regels gaan gelden, staat vast. Nederland moet voldoen aan de EPBD IV. Maar brancheorganisatie voor woningcorporaties, Aedes, heeft voorgesteld om deze ingangsdatum uit te stellen en roept het ministerie van VRO op om de verplichting pas 6 tot 12 maanden later dan 29 mei 2026 te laten ingaan. In de tussentijd roept Aedes de corporaties op er wel rekening mee te houden dat de verplichting vanaf 29 mei geldt voor nieuw vergunde nieuwbouwplannen. Bij nieuwbouw van woningen moeten leidingdoorvoeren of loze leidingen worden aangebracht tussen de meterkast en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen, zoals warmte-opwekkers, ventilatie-units en PV-omvormers. Hiermee wordt het mogelijk om installaties in de toekomst centraal aan te sturen, bijvoorPensionering zet techniek én maatschappelijke opgaven onder druk Cruciale praktijkkennis door de pensioneringsgolf dreigt verloren te gaan. Dat zet niet alleen de technische sector, maar ook de uitvoeringspraktijk van grote maatschappelijke opgaven zoals woningbouw en de energietransitie onder druk. Het onderzoek toont echter ook een duidelijke oplossing: werkplekleren en mentorschap. Het komt allemaal naar voren in het trendrapport, TechnoBarometer van opleidingsinstituut ROVC. Even de cijfers op een rij: 41 procent ziet dat deze kennis zich bevindt bij collega’s die binnen vijf jaar met pensioen gaan. 37 Procent van de organisaties denkt onvoldoende voorbereid te zijn op dit kennisverlies. En 47 procent van de respondenten noemt vergrijzing als meest impactvolle ontwikkeling voor de komende jaren. Werkplekleren Werkplekleren wordt breed gezien als effectief instrument om de aanwezige kennis te borgen. 77 Procent zegt dat leren op de werkvloer medewerkers sneller inzetbaar maakt en 55 procent geeft aan sneller productief te zijn door begeleiding van een ervaren collega. Daarnaast verwacht 43 procent dat mentorschap bijdraagt aan lagere uitstroom. Toch zet slechts iets minder dan de helft (48 procent) van de organisaties senior medewerkers structureel in als coach of mentor. Generatieverschillen In de techniek werken momenteel vier generaties samen. Jongere technici zien leren vaker als opstap naar groei: 21 procent volgt opleidingen met het oog op doorstroom, tegenover slechts 6 proent van de 55-plussers. Tegelijkertijd geeft 22 procent van de respondenten aan dat leren niet wordt gekoppeld aan doorgroeimogelijkheden, terwijl juist die koppeling leren aantrekkelijker maakt, vindt 35 procent van de jongeren. Opvallend is dat kleinere technische organisaties (tot 250 medewerkers) kennisoverdracht vaker actief organiseren (52 procent) dan grotere organisaties (37 procent). Gebrek aan tijd De bereidheid om kennis te delen is groot: iets meer dan twee derde is het oneens met de stelling dat oudere collega’s hun kennis voor zich houden: onder 55-plussers is dit zelfs 75 procent. Toch ervaart meer dan een derde onvoldoende tijd voor het begeleiden van collega’s 45 procent vindt dat dit ten koste gaat van het eigen werk en 37 procent geeft aan dat nieuwe medewerkers te snel zelfstandig worden ingezet. “Kennisverlies in de techniek vormt een serieuze bedreiging voor de uitvoering van onze maatschappelijke opgaven en werkplekleren is een oplossing die aantoonbaar werkt. Maar dat vraagt wel om directe actie,” zegt Waldo Linders, Directeur Opleidingen & Trainingen bij ROVC. “Leren op de werkplek, onder begeleiding van ervaren collega’s, moet een centrale rol krijgen. Daarbij is aandacht nodig voor generatiegerichter opleiden en sectorverschillen. In de installatietechniek zit cruciale praktijkkennis vaak bij ervaren medewerkers, terwijl juist daar tijd voor begeleiding ontbreekt. In industriële omgevingen brengen jonge technici nieuwe technologieën in en beschikken ervaren collega’s over het vakmanschap.”
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=