#1 februari 2025 19 geen ambitie. Maar een gevolg daarvan is – bijvoorbeeld – dat het scoren van credits voor de inzet van gerecyclede materialen haast ondoenlijk is, in de praktijk. Voor een installateur zal het niet meevallen om kabels, aansluitklemmen of een warmte-terugwinsysteem te vinden die hernieuwbaar zijn, of waarvan de herkomst en de ecologische voetafdruk ‘oké’ is. En wat kun je dan doen, om toch een maximale kwalificatie te halen? Zo veel mogelijk credits scoren met ‘laaghangend fruit’: een nestkastje hier, een automatische ledverlichting daar. In Oss bijvoorbeeld, werden in totaal 89 credits toegekend aan 47 aandachtspunten. Liefst 15 credits daarvan waren voor ‘energie-efficiëntie’. Logisch, want belangrijk. Echter, de resterende 74 credits werden verdeeld over 46 issues. Denk dan aan ‘vervoerplan en parkeerbeleid’ (toch nog 3 credits) en items zoals ‘temperatuurregeling’, ‘thermisch comfort’ en ‘planten en dieren’ (allemaal 1). Positief vooruitzicht Maar goed, al met al is het een nobel streven: de BREEAM-methodiek zorgt er per saldo voor dat we ‘vervuilende’ gebouwen laten uitsterven, en in combinatie met ‘Paris Proof bouwen’ (voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs) zal het resultaat zijn dat de bouwsector als geheel bewuster omgaat met People, Planet en Profit. Belt: “In het kielzog daarvan zal de bouwsector, en dus ook de installateur, kunnen profiteren.” Belt noemt als simpele voorbeeld nog het ‘los bemeteren’ van de grote stroomafnemers in een DC: “Vroeger had je misschien één meter voor het hele gebouw, maar dat kan niet meer. Kantoor, de laadpalen buiten, de docks… de trend is om alles apart te bemeteren.” En even terugkomend op de genoemde Profit: “Een beetje DC heeft een gigantisch dak, met veel mogelijkheden. Wat we zien is dat zo’n dak, althans de daar opwerkte energie, ‘verhuurd’ wordt aan derden. Dan wordt een hele omliggende woonwijk bediend. Uiteraard eerst je opgewekte energie zoveel mogelijk zelf gebruiken – al dan niet via batterijen – en wat je over hebt, dat stuur je naar de wijk. De benodigde aansluiting naar het wijknet ligt in veel gevallen al onder het DC.” Kortom, een modern DC kan een ‘energiehub’ zijn waarmee de dienstverlening van de installateur verder reikt dan alleen zo’n DC. Alle reden dus, om aan te haken. Belt, tot slot: “De logistieke keten vereist flexibiliteit. Die flexibiliteit wil men terugzien in een DC. Dat betekent dat een DC voortdurend aangepast moet worden, ook qua installatiewerk. Dat is een interessant gegeven. Een DC bouwen en beheren is een permanent proces geworden. Vroeger bouwde je en daarna was je klaar. Tegenwoordig is een DC pas klaar op het moment dat het weer gesloopt wordt.” x ‘Tegenwoordig is een DC is pas klaar op het moment dat het weer gesloopt wordt’ Slimme, elektronische locatie-aanduidingen. Het uittesten van de mechanisatie in het DC te Oss. Installatiewerkzaamheden. r t i k e l n a a m
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=